10-11-2026 –, Trap
De mogelijkheden voor Extended Reality (XR) worden op steeds meer plekken benut. Het wordt gebruikt om leerprocessen te ondersteunen en onbereikbare locaties toegankelijk te maken. Ook ontstaan er omgevingen waarbinnen lerenden fouten mogen maken. Een belangrijke uitdaging voor de inbedding van XR is dat de inzet afhankelijk is van bereidheid van docenten, beschikbare ondersteuning en diverse economische en juridische perspectieven. Voor een grote groep docenten heeft dit een afschrikwekkend effect. Zo blijft de structurele inbedding van XR in het onderwijs beperkt.
Om te werken aan een structurele inbedding zijn de volgende randvoorwaarden belangrijk: de infrastructuur op orde, werken vanuit beleid en aanwezigheid van didactische ondersteuning. Deze randvoorwaarden zijn opgenomen in het Npuls XR-framework.
In deze sessie belichten we onze verkenning naar de (on)mogelijkheden om XR binnen de hogeschool verder te verankeren. Op het moment dat de verkenning begon, waren er al losse initiatieven en samenwerkingen. Een gevolg hiervan was dat elk initiatief het wiel opnieuw aan het uitvinden was en tegen soortgelijke uitdagingen aanliep. Op basis van vijf groepsinterviews is geïnventariseerd waarom XR van toegevoegde waarde kan zijn, wat de grootste uitdagingen zijn met de huidige inzet van XR en wat het ideale beeld ervan is. We volgen het discrepantiemodel van Smith en Ragan (2005), met als doel om zicht te krijgen op de behoefte aan opschaling. De uitkomsten hebben we geanalyseerd volgens de thema’s uit het XR-framework.
Resultaten illustreren dat de implementatie van XR technisch uitdagend is, aangezien zowel de hardware als de software veel vraagt van de gebruiker. Dit heeft te maken met het grote aanbod aan materialen, het goed inregelen van techniek op de bestaande systemen en de uitdagingen met accounts en (wifi)verbindingen. Elk initiatief binnen de hogeschool heeft een eigen wijze van aanbieden van ondersteuning, zowel gericht op het gebruik van de XR-technologie als het up-to-date houden. Didactisch gezien wordt XR incidenteel ingezet in het onderwijs. Vaak is het nog afhankelijk van docenten, waar een structurele inbedding in het curriculum nog ontbreekt.
Vanuit de interviews wordt duidelijk dat ondersteuning zowel centraal als decentraal aanbieden nodig is, voor het verankeren van XR binnen de hogeschool en het onderwijs. Het type technologie moet daarbij afgestemd zijn op de leerdoelen en beoogde samenwerking.
De opschaling van XR-pilots naar een instellingsbrede inbedding vraagt om een goede balans tussen centrale aansturing en decentrale ruimte en het bij elkaar brengen van expertise.
Tjark werkt als associate lector bij het lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs van Saxion. Zijn onderzoek is gericht op de ontwikkeling van blended en actieve leeromgevingen, flexibel onderwijs, curriculumontwikkeling en het ondersteunen van docenten bij het vormgeven van (digitale) leeromgevingen. Tjark verzorgt onderwijs op het gebied van curricula en curriculumontwikkeling en het ontwikkelen van een onderbouwd didactisch (school)concept.
